Handboek Ambulante Compressietherapie

02G70829

 

De opleiding tot ‘Consulent Ambulante Compressietherapie’, met hierin de deeldiploma’s ACT-Basis (eenvoudige medische indicaties / TEK), ACT-Expert TEK en ACT-Expert Oedeemreductie Arm Been, bestaan uit:

  1. het Handboek ACT,
  2. 2 stages (practicums),
  3. een praktijkopdracht aangaande het opstellen van een multidisciplinair zorgplan,
  4. 1 workshop t.b.v. voorbereiding op de Proeve TEK,
  5. de Proeve van Bekwaamheid TEK,
  6. 1 of meer workshops Oedeemreductie die door fabrikanten wordt gegeven en  de
  7. Proeve van Bekwaamheid Oedeemreductie Arm en Been.

Het Handboek Ambulante Compressietherapie bestaat uit een geschreven tekst (PDF) die de cursist kan uitprinten en interactieve oefenvragen op de website van Nova Mundo.

Dankzij de uitgelezen didactiek slaagt bijna iedereen de eerste keer voor de theorie!

Het advies is om de tekst een keer  door te lezen. Daarna kan per module de kennis geoefend worden door het maken van de bijbehorende quiz, met het Handboek ernaast. U krijgt dan te horen of het antwoord fout was en wat het goede antwoord had moeten zijn. De cursist kan onbeperkt oefenen en het theorie-examen bestaat uit een selectie van de interactieve oefenvragen.

De modules in het Handboek Ambulante Compressietherapie bestaan uit de volgende hoofdstukken:

Module 1: de opleiding en in een zorgorganisatie

1. Inleiding

2. Leerdoelen en structuur opleiding

2.1. Leerdoelen

2.2. Structuur opleiding

2.3. Didactiek opleiding

3. Bedrijfsdoelstellingen en Normeringen

3.1. Kwaliteitszorg en certificatie

3.2. Meetbaar maken zorgdoelen

3.3. Gebruikte normen bij compressiezorg

3.3.1. SEMH

3.3.2. RAL, ASQUAL

3.3.3. Hulpmiddelenkompas Therapeutisch Elastische Kousen

Module 2: inleiding compressieproducten

1. Inleiding

2. Soorten Compressieproducten

3. Gebruiken van producten voor (ambulante) compressietherapie

3.1. ACD – aanpasbare compressieproducten

3.2. Zwachtelmaterialen

3.3. Intermitterende Compressieproducten

3.4. Compressiekousen (verband- of ulcuskousen) voor ulcera

3.5. Therapeutisch elastische kousen

3.5.1. Vlakbrei-TEK

3.5.2. Rondbrei-TEK

3.5.3. Compressieklassen en Stiffness

Module 3: werking van compressietherapie

1. Inleiding

2. De Vier Bouwstenen Van Compressietherapie

2.1. Bouwsteen: de Wet van Laplace

2.2. Bouwsteen: het Starling Evenwicht

2.3. Bouwsteen: de Wet van Pascal

2.4. Bouwsteen: druk op lichaamsweefsels vergelijkbaar met druk op vloeistof

3. De Spierpompen

Module 4: inleiding belangrijkste ziektebeelden ACT

1. Inleiding

2. De circulatie van bloed en lymfe

3. CVI (chronisch veneuze insufficiëntie), varices en trombose

4. Veneus en lymfoedeem

5. Lipoedeem

6. Huidaandoeningen a.g.v. veneuze of lymfatische afvoerproblemen

7. Behandelmethoden varices

7.1. Sclero- of schuimcompressie

7.2. Operatie

7.3. Ambulante compressietherapie

7.4. Medicamenten

7.5. Laser- en ultrageluid behandeling

8. Behandelmethoden oedeem

8.1. Veneus en lymfoedeem

8.1.1. Compressietherapie

8.1.2. Manuele lymfedrainage (MLD)

8.1.3. Medicamenten

8.1.4. Aanvullende therapie

8.1.5. Operatie

8.2. Lipoedeem

9. Behandelmethoden veneuze en lymfatische huidaandoeningen

10. Contra-indicaties

Module 5: dragen en aanmeten van TEK voor benen

1. Inleiding

2. Omgaan met patiënten

2.1. Inleiding

2.2. Anamnese

2.3. Klachten

3. Aan- en uittrekken van TEK

3.1. Werkhouding

3.2. Aantrekken TEK

3.2.1. Aantrekken rondbrei-TEK

3.2.2. Aantrekken vlakbrei-TEK

3.2.3. Aantrekken arm-TEK

3.3. Uittrekken TEK

3.4. Hulpmiddelen voor aan- en uittrekken van TEK

3.5. Bevestigingsmogelijkheden TEK

3.6. Comfort en onderhoud van een TEK

3.7. Klachten bij het dragen van TEK

3.7.1. Pijnklachten

3.7.2. Pasvormklachten

3.7.3. Abnormale slijtage

3.7.4. Afzakken

3.7.5. Rimpelen

3.7.6. Reparaties

4. Aanmeten van TEK

4.1. Voorbereiding

4.2. Aanmeten benen, voeten, heup en taille en bijbehorende TEK

4.2.1. Meetpunten

4.2.2. Aanwijzingen voor het aanmeten

4.2.3. Soorten TEK voor benen, voeten, heup en taille

4.3. Herkennen en benoemen van hand- en arm-TEK

4.4. Het toepassen van confectie-TEK

Module 6: eenvoudige indicaties en bijbehorende TEK

1. Inleiding

2. Drukklassen, stiffness, hysteresis

3. Intake

4. Eenvoudige medische indicaties

4.1. Overzicht eenvoudige indicaties

4.2. Classificaties veneuze aandoeningen

4.3. Herkennen lichte en zware oedemen tbv doorverwijzen

5. Verstrekken van TEK in de praktijk

5.1. Eenvoudige medische indicaties en bijbehorende TEK

5.2. Complexe medische indicaties en doorverwijzen tbv verstrekken TEK

5.3. Contra-indicaties: wanneer een TEK niet verstrekken?

Module 7: circulatiesysteem van bloed en lymfe

1. Inleiding

2. Hoge- en lagedruksysteem, macro- en microcirculatie

3. Anatomie en microcirculatie van de huid

4. De circulatie van het bloed

4.1. Arteriën van het been

4.2. Venen van het been

4.3. Venenkleppen en spierpompen

5. Anatomie van het lymfesysteem

5.1. Globale opbouw

5.2. Lymfecapillaire

5.3. Precollectoren en collectoren

5.4. Lymfeknopen

5.5. Lymfestammen

5.6. Huidterritoria

Module 8: verdieping – belangrijkste ziektebeelden ACT

1 Inleiding

2 Samenhang compressie, veneuze problemen en lymf- en lipoedeem

3 Veneuze insufficiëntie

3.1 Varices, reflux

3.1.1 Klachten en verschijnselen

3.1.2 Risicogroepen

3.1.3 Complicaties

3.2 DVT Diep veneuze trombose

3.2.1 Klachten en verschijnselen

3.2.2 Risicogroepen DVT

3.2.3 Complicaties

3.3 Chronische veneuze insufficiëntie (CVI)

3.3.1 Risicogroepen

3.3.2 Klachten, verschijnselen en complicaties

3.4 Ulcus Cruris Venosum

3.4.1 Wat is een wond?

3.4.2 Wondclassificaties, WCS- en TIME-model

3.4.3 Compressietherapie en wonden

3.4.4 Wanneer wordt een wond een ulcus cruris venosum?

3.4.5 Hoe onderscheid ik de verschillende soorten ulcera?

3.4.6 Hoe onderscheid ik veneuze van arteriële problematiek?

3.4.6.1 Enkel-arm index voor bepaling onderliggend lijden

3.4.6.2 Klinische tekenen bij veneuze en arteriële insufficiëntie

3.4.6.3 Technische diagnostische hulpmiddelen

4 Lymfatische insufficiëntie

4.1 Hoofdvormen van oedeem

4.2 Veneus oedeem en lymfoedeem

4.2.1 Teken van Stemmer, Teken van Godet

4.2.2 Bepaling van de mate van oedeem en de Graden van Herpertz

4.2.3 Klachten en verschijnselen

4.2.4 Risicogroepen veneus- en lymfoedeem

4.2.5 Complicaties

5 Lipoedeem

5.1 Lokalisaties en stadia lipoedeem

5.2 Klachten en verschijnselen

5.3 Risicogroepen lipoedeem

5.4 Complicaties

6 Onderscheiden van veneus-, lymf- en lipoedeem

6.1 Technische diagnostische hulpmiddelen

6.2 Overzicht klinische tekenen veneus-, lymf- en lipoedeem

7 Andere aandoeningen t.g.v. circulatiestoornissen

7.1 Huid- en nagelaandoeningen

7.2 Overige oedemen

7.3 Overige aandoeningen en compressietherapie

7.3.1 Schimmelinfecties (mycosen)

7.3.2 Bacteriële en virale infecties

7.3.3 Inflammatoir (ontsteking)

7.3.4 Eczemen

7.3.5 Diabetes Mellitus

8 Ervaren van pijn

Module 9: behandelen van complexe medische indicaties

1 Inleiding

2 Overzicht eenvoudige en complexe medische indicaties

2.1 Eenvoudige medische indicaties

2.2 Complexe medische indicaties

3 Verdrijving van oedeem

3.1 Behandeling van en multidisciplinaire samenwerking bij lipoedeem

3.2 Verdrijving van veneus- en lymfoedeem

3.2.1 Multidisciplinaire samenwerking bij veneus- en lymfoedeem

3.2.2 Lymfetaping

3.2.3 Manuele lymfdrainage

3.2.4 Intermitterende therapie

3.2.5 Medicamenteuze therapie en operatie

3.2.6 (Ambulante) Compressietherapie

3.2.6.1 Bandageren bij ambulante patiënten met oedeem

3.2.6.2 Bandageren bij niet-ambulante patiënten met oedeem

3.2.7 Overzicht oedemen en verdrijvingsmethoden

3.2.8 Behandeling van kinderen

3.2.9 Pijnbestrijding

4 TEK: Consolideren oedeemverdrijving en overige complexe indicaties

4.1 Aanmeten en kiezen van de juiste TEK

4.1.1 Aanmeten van been-TEK

4.1.2 Aanmeten van arm-TEK

4.1.3 Complexe indicaties en de TEK-Verstrekkingsleidraad van Nova Mundo

4.1.3.1 Complexe indicaties aan het been

4.1.3.2 Complexe indicaties aan de arm

5 ACT en het behandelen van een chronische wond

5.1 Sluiten van de wond

5.1.1 Debridement, optimaliseren wondgenezing

5.1.2 Overzichten wondverbanden voor chronische wonden

5.2 Compressiematerialen bij ulcus cruris venosum

6 Chronic Care Model, Oefentherapie en Leefregels

6.1 Chronic Care Model

6.2 Leefstijl en professionele begeleiding

6.2.1 Algemene leefregels bij lipoedeem en lymfoedeem

6.2.1.1 Lipoedeem

6.2.1.2 Lymfoedeem

6.3 Oefentherapie

7 Multidisciplinair samenwerken en terug- en doorverwijzen

7.1 Samenwerken bij veneus- en lymfoedeem

7.2 Samenwerken bij lipoedeem

7.3 Terug- en doorverwijzen bij veel voorkomende co-morbiditeiten

7.3.1 Schimmelinfecties (mycosen) = overleg met arts

7.3.2 Eczemen = afhankelijk van oorzaak overleg of terugverwijzen naar arts

7.3.3 Bacteriële infecties = terugverwijzen naar arts

7.3.4 Abcessen en ontstekingen (inflammatoir) = terugverwijzen naar arts

7.4 Contra-indicaties bij veneuze en lymfatische problematiek

7.4.1 Algemene contra-indicaties

7.4.2 Contra-indicaties wondzorg

7.4.3 Contra-indicaties compressietherapie oedemen

7.4.4 Contra-indicaties lymfetaping en manuele lymfdrainage (MLD)

7.4.5 Contra-indicaties verstrekken TEK

7.4.6 Flow-chart terug- en doorverwijzen bij veneuze ulcera

7.4.7 Flow-chart terug- en doorverwijzen bij oedemen

Module 10: zorgdossier, zorgprotocol en zorgplan

1. Inleiding

2. Hulpmiddelenkompas TEK en de TEK-Verstrekkingsleidraad

3. Procesbeschrijving hulpmiddelen

3.1. Inleiding

3.2. Procesbeschrijving levering hulpmiddelen

3.2.1. Probleem signaleren

3.2.2. Zorgvraag formuleren

3.2.3. Bepalen oplossingsrichting / zorgplan maken

3.2.4. Programma van eisen opstellen / zorgplan maken

3.2.5. Selecteren, uitproberen, bestellen, leveren, instrueren en gebruiken

3.2.6. Evalueren

3.3. Concrete uitwerking Procesbeschrijving Hulpmiddelen

4. 4 ICF. Functionele aanspraak en meetbaar maken van zorgdoelen

4.1. Oorsprong en mogelijkheden van ICF
4.2. Uitgangspunten van ICF

4.3. Systematiek ICF-codes

4.4. Gebruiken ICF-codes in de praktijk

4.5. Hulpmiddelen voor het uniform toekennen van ICF-codes

4.6. Veel voorkomende ICF-codes bij ulcus cruris venosum en (lymf)oedeem

5. Rumba, Smart, Chronic Care Model en multidisciplinair zorgplan

5.1. Veelgebruikte kwaliteitsmethodieken: RUMBA en SMART

5.2. Chronic Care Model: betrokkenheid patiënt creëren via zelfmanagement

5.3. Uitwerking Zorgplan

5.3.1. Algemeen – vaste gegevens

5.3.2. Algemeen – variabele gegevens

5.3.3. Contra-indicaties = terugverwijzen naar arts / voorschrijver

5.3.4. Anamnese

5.3.5. Zorgvraag formuleren– Medische klachten (zorgverlenerperspectief)

5.3.6. Co-morbiditeiten / complicaties

5.3.7. Behandelplan compressietherapie en evaluatie

5.3.8. Levering hulpmiddel en evaluatie

5.3.9. Controlemomenten inclusief evaluatie

5.3.10. Instroom na tussentijdse doorverwijzing

6. 6 Tevredenheidsmeting

6.1. Omgaan met cliënten

6.2. Meten effect behandeling

6.3. Meten klanttevredenheid